De onderwijsstakingen hebben (onbedoeld) een verkeerd effect

Wel staken, niet staken, toch weer wel staken. Het welles-nietes-spelletje speelt zich dus niet alleen af in mijn klas. De kogel is echter door de kerk: aanstaande woensdag wordt er gestaakt!

“Wij staken op 6 november! Elke leerling heeft recht op goed onderwijs.” Dat zijn de kreten die je op de poster ziet staan. Ik vind het heel goed dat leraren in het hele land de afgelopen tijd van zich hebben laten horen. De problemen in het voortgezet, maar vooral in het primair en speciaal onderwijs, zijn zorgwekkend. Toch heb ik mijn twijfels of we met zulke stakingen ons doel bereiken. Sterker nog: ik denk dat de staking onbedoeld een verkeerd effect heeft op bepaalde eisen die wij, leerkrachten, stellen. Ik zal dit aan de hand van de poster uitleggen.

Allereerst de zin ‘elke leerling heeft recht op goed onderwijs’, dat impliceert namelijk dat leerlingen nu geen goed onderwijs krijgen. En dat is echt niet waar. Natuurlijk, ik ben ook docent en zie om me heen dat het onderwijs altijd voor verbetering vatbaar is, maar het niveau van het onderwijs in Nederland is nu (nog) goed. Waar we met z’n allen echter terecht bang voor zijn, is dat de kwaliteit achteruit gaat op het moment dat er geen gekwalificeerde docenten meer bijkomen. Gelukkig werd er een zeer doordachte oplossing aangedragen: zet ouders voor de klas. Een absurd idee natuurlijk. Tenzij deze ouders een carrièreswitch ambiëren en zich daarna massaal inschrijven bij een lerarenopleiding. Maar in dat sprookje geloof ik niet.

Dan de kreet: ‘Stop het lerarentekort’. Deze ambigue zin kun je op twee manieren lezen, namelijk: wij staken om het lerarentekort te stoppen (dat wordt waarschijnlijk bedoeld), maar ook: wij staken tegen het lerarentekort (en dat zal niet bedoeld worden, want dat kan namelijk niet). Flauw… maar mijn punt is het volgende. Er valt niet te ontkennen dat het lerarentekort een gigantisch probleem is. De politiek zou daar zeker iets aan kunnen doen, door bijvoorbeeld het salaris van leerkrachten te verhogen. De vraag is alleen: wordt daarmee de ‘status’ van leraar-zijn verhoogd? Nee! Kijk naar de boerenprotesten, of de protesten in de zorg. Welk effect heeft dat op de gewone Nederlander? Ik denk niet dat mensen daardoor denken: ‘Nou, laat ik eens lekker op een boerderij of in de zorg gaan werken.’ Door deze onderwijsstakingen versterken we denk ik het beeld dat het werken in het onderwijs on-ge-loof-lijk vervelend en zwaar is. En dat moeten we juist niet hebben.

Het negatieve beeld van ‘slechte beloning en veel werkdruk’ klopt gedeeltelijk. In het basisonderwijs en speciaal onderwijs moeten de salarissen echt omhoog, maar in het voortgezet onderwijs zou men niet hoeven te klagen. Begrijp me niet verkeerd, het is terecht dat er geklaagd wordt, maar het zou niet moeten. Ik ken scholen waar docenten goed betaald krijgen, soms zelfs meer dan gebruikelijk. Die scholen hebben de financiën goed op orde. Ik denk dat er bij die desbetreffende schoolbesturen weinig aan de strijkstok blijft hangen.

En ja, in het onderwijs moet je hard werken. Maar in welke baan in Nederland moet dat niet? Maar weinig mensen buiten het onderwijs hebben zo veel vakantiedagen. Een veelgehoord argument is dat die vakantiedagen er zijn om bij te komen. Dat klopt. Maar daar heb je bij het kiezen van deze baan (bewust of onbewust) voor gekozen. De voelbare werkdruk wordt misschien wat dragelijker als we accepteren dat die vakantiedagen er ter compensatie zijn. Zo zie ik het althans.

Dus, ondanks alle goede bedoelingen van de staking, denk ik dat we moeten ophouden te benadrukken hoe zwaar en ondergewaardeerd ons beroep is. Dat negatieve beeld zal mijns inziens in ieder geval niet bijdragen aan het oplossen van het lerarentekort. Zullen we aan de rest van Nederland eens laten zien hoe mooi ons beroep is? Neem een voorbeeld aan Iris Driessen, docente Nederlands, die honderden buttons laat drukken met de tekst ‘Onderwijs is Sexy!’ En dat is het. Werk je niet in het onderwijs en wil je dat met eigen ogen zien? Vraag dan eens binnenkort om een dagje mee te lopen met een leraar op een school bij je in de buurt. Je bent bij mij in ieder geval van harte welkom!  

Het ideale examen Nederlands (Nederlands NU!)

Het ideale examen Nederlands?

Afgelopen jaar kende het examen Nederlands een dieptepunt als het gaat om alle kritiek die er zowel voor- als achteraf werd verkondigd. Er bestaat al langer onvrede over het examen, maar met alleen klagen verander je uiteindelijk niks. Aan de hand van twee socratische gesprekken van ongeveer een uur, hebben meer dan zestig docenten zich gebogen over de vraag hoe een ideaal examen Nederlands eruit zou zien. Een lastige en complexe vraag, maar de deelnemers wisten er wel raad mee. Er werd in mijn ogen constructief nagedacht over hoe we het huidige examen zouden kunnen verbeteren. Wat er precies is besproken kun je hier lezen. Uiteindelijk resulteerden de gesprekken in een paar aanbevelingen.

Goed zoals het is 
De eerste aanbeveling is wellicht opvallend, maar volgens de docenten zou er op de korte termijn niet zo veel hoeven te veranderen. Verschillende docenten gaven aan dat het huidige examen best deugt: goede teksten met over het algemeen interessante vragen. Het havo-examen kreeg zelfs een pluim. Het is vooral het antwoordmodel waar het misgaat. Docenten zouden meer ruimte willen zien in het beoordelen van de antwoorden. Met het huidige antwoordmodel worden sommige antwoorden van leerlingen namelijk fout gerekend, terwijl juist blijkt dat ze het begrepen hebben. Daarnaast vonden de docenten dat sommige vragen in het examen verbeterd of geschrapt moesten worden. Al met al een eerste duidelijke aanbeveling: beperk je tot leesvaardigheid op het centraal examen; verbeter de kwaliteit van de vragen; bevorder dat leerlingen kritisch denken en helder formuleren; zorg voor ruimte in het antwoordmodel.

Weging CE
Daarnaast was vrijwel iedereen het erover eens dat de weging van het examen momenteel te zwaar is. Nu wordt het eindcijfer voor de helft bepaald door het examencijfer, maar dat zou volgens de docenten teruggebracht moeten worden naar 30 procent. Dat betekent dat het schoolcijfer in de toekomst voor 70 procent meetelt. Docenten voelen daardoor meer ruimte om in het laatste jaar niet alleen de focus op leesvaardigheid te leggen. De praktijk wijst namelijk uit dat er in het laatste jaar te veel nadruk op examentraining ligt, terwijl de docent liever de diepte in zou willen met bepaalde onderwerpen die voor ons vak relevant zijn. Overigens bepleitten enkele deelnemers juist de 50 procent te behouden. Nederlands is tenslotte een kernvak en mag niet minder zwaar wegen dan de andere vakken.

Inhoud examen
Een andere suggestie die werd gedaan is dat het examen in de toekomst meer over de inhoud van het vak zou moeten gaan. De leerlingen zouden zich gedurende het examenjaar kunnen verdiepen in een onderwerp uit bijvoorbeeld taalkunde of letterkunde. Of er zouden juist maatschappelijke vraagstukken centraal kunnen staan, wellicht afgestemd op de profielen, waarbij de leerlingen bij het examen zelf een onderwerpskeuze kunnen maken. Of geef leerlingen van tevoren de onderwerpen mee ter voorbereiding op het examen, zoals nu ook bij geschiedenis en de klassieke talen wordt gedaan. Pas als de leerling inhoudelijk beter geïnformeerd is, kan hij een tekst kritisch lezen en nuance aanbrengen in zijn of haar antwoorden.

Wat nu?
Interessante uitkomsten! Maar wat nu? Met deze aanbevelingen willen we samen met Levende Talen rondom de tafel gaan zitten met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We laten het ministerie weten wat docenten Nederlands willen en hopen natuurlijk dat het uiteindelijk tot een verandering zal leiden.

 

Gysbreght van Aemstel: the movie!

Net als voorgaande jaren behandelen we in vwo 5 de tragedie Gysbreght van Aemstel van Joost van den Vondel. Enige voorkennis hebben mijn leerlingen al, omdat we samen met de vakgroep Engels de Renaissance behandelen. Toch merkte ik afgelopen jaren dat ik niet echt gelukkig werd om de Gysbreght in een aantal lessen klassikaal te lezen. Dat vind ik een tekortkoming van mezelf, want ik moet diegene zijn die mijn leerlingen weet te boeien met dit verhaal. Maar ondanks een leuke Prezi en wat interessante anekdotes, zag ik dat mijn leerlingen maar bar weinig van het verhaal snapten. Dat moest dit jaar anders!

Allereerst heb ik de Gysbreght ingeleid door middel van een filmpje en wat theorie. Daarna heb ik de opdracht uitgelegd: ieder groepje moest een gave animatie maken van het bedrijf dat ze kregen toegewezen (dit stuk telt 5 bedrijven net zoals in een tragedie). Door middel van Wheel Decide heb ik vijf groepen gemaakt. Uiteindelijk maken we met heel de klas Gysbreght van Aemstel: the movie!

Brainstorm GysbreghtLeerlingen zijn bij elkaar gaan zitten en hebben het betreffende bedrijf in stilte gelezen. Daarbij werden aantekeningen gemaakt, waarbij ook de link gelegd moest worden met de kenmerken van een tragedie. Vervolgens heb ik laten zien welke mogelijkheden er zijn om een animatie te maken en dat het handig is om een script te schrijven. Daarna vlogen de ideeën over de tafel; intelligente en gedetailleerde vragen werden gesteld en langzaam ontstond ieders animatie.

En dan gaat het echte werk beginnen: scripts werden ingesproken, attributen werden gemaakt of gekocht, een groen scherm en camera werden geregeld, laptops & tablets werden meegenomen… iedereen was heerlijk bezig. Schitterend om mijn leerlingen zo actief bezig te zien met een werk uit de renaissance! Sommige leerlingen waren ver na schooltijd nog bezig met het maken van de animatie (en nee, dat was niet de dag voordat het af moest zijn).

Schetsen personages GysbreghtLeerlingen spreken hun animatie inDe Gelderlander was aanwezig tijdens de presentaties

Tijdens de presentaties was een journalist en fotograaf van de Gelderlander aanwezig. Leerlingen lieten vol trots hun gemaakte werk zien! Uiteindelijk is dit het eindresultaat geworden: Gysbreght van Aemstel: the movie!

Ik ben echt enorm trots op mijn leerlingen. In de evaluatie kwam naar voren dat ze het een erg motiverende opdracht vonden. Opvallend, want ze wisten dat ze hier geen cijfer voor zouden krijgen (en dat zegt iets over de intrinsieke motivatie).

Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat ze meer van de Gysbreght hebben begrepen dan wanneer we dit werk klassikaal hadden behandeld. Van te voren heb ik tegen de klas gezegd dat ik een verrassing voor ze heb, als deze video meer dan 1000 views in een maand tijd krijgt. Help jij mijn leerlingen een handje door ernaar te kijken? Ik hoop voor hen dat dat lukt!